ONDERZOEK "APPROPRIATENESS EVALUATION PROTOCOL"
CONTEXT VAN HET ONDERZOEK
De algemene doelstelling van het onderzoek is het ontwikkelen van indicatoren die een objectieve waardering geven over het verantwoord karakter van een ziekenhuisaktiviteit - meer specifiek wat de opname betreft. De studie benadert deze problematiek onder de invalshoek van de toekomstige financieringsregels en de eventuele gevolgen op financieel vlak: de “verantwoorde”, “oneigenlijke”, «vroegtijdige» opname, “wederopname volgend op een verkorte verblijfsduur” enz….. De pertinentie van deze indicatoren zal beproefd en getoetst worden naar hun vermogen ofwel globaal, ofwel voor bepaalde ziektebeelden, eventueel niet-opportune opnames of wederopnames in het ziekenhuis, op te sporen.
Voortvloeiend uit een nationaal en internationaal tijdschrift, hebben we een aantal instrumenten geanalyseerd die toelieten de opportuniteit van de opname en het verblijf in een klassiek ziekenhuis of in het dagziekenhuis te meten.
Wat het dagziekenhuis betreft, laat een retrospectieve analyse van een staal van medische dossiers weergegeven volgens het ziektebeeld en de weerhouden criteria door de Federale Overheidsdienst (FOD) Gezondheidszorg, voor de klassieke ongeschikte hospitalisaties heeft ons toegelaten van de sensibiliteit en de specificiteit vast te stellen van de criteria die de klassieke hospitalisaties vervangbaar maken in daghospitalisaties.
Voor de klassieke hospitalisatie, het gebruik van instrumenten die op internationaal niveau bestaan hebben enerzijds een aanpassing nodig voor de Belgische specialiteiten (MVG, MKG,…) en anderzijds een test nodig in onze referentieziekenhuizen.
Het gekozen instrument om de opportuniteit van de verblijven (opnames en hospitalisatiedagen) in te schatten is het Appropriateness Evaluation Protocol (A.E.P.) Het gaat over een instrument dat toelaat de pertinentie van een opname of een hospitalisatiedag met behulp van expliciete, voorafbepaalde criteria die samenhangen met de zorgen maar die onafhankelijk zijn van het behandelde ziektebeeld (Winterhalter , 1991). Het werd ontwikkeld in de Verenigde Staten in 1981 door Gertman en Restuccia, en vervolgens overgenomen en aangepast door een twaalftal, voornamelijk Europese, landen. Bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Italië, Engeland, Spanje of ook Nederland. Een Europees AEP werd zelf op punt gesteld door experten uit de verschillende landen die het AEP gebruikten.
Het initiële objectief van het AEP is de geschiktheid van de hospitalisatiedag meten : moet mijn patiënt nog steeds in een acuut ziekenhuis verblijven? Bestaat er geen andere structuur, minder duur voor de sameleving, minder gevaarlijk voor de patiënt, die hem kan verzorgen? Bij dit eerste objectief van het instrument, sloot de geschiktheid van de opname zelf, zich aan.
Het AEP was en is nog steeds het onderwerp van verschillende onderzoeken. Bij de lezing van deze studies, stellen we vast dat het AEP instrument wijd verspreid gevalideerd is en dat de betrouwbaarheid goed is. Het is niet de bedoeling het onderwerp van de studie waarin de enquête van december 2002 plaatsneemt te herzien voor de zoveelste keer maar van het aan te passen aan onze omgeving en het te gebruiken.
Terwijl de interesse van het AEP, in de Belgische context, tamelijk acuut blijkt te zijn sinds de financiële herziening en de progresssieve overgang van « dagprijs » naar « begroting van financiële middelen ». De evolutie gebeurt heel duidelijk naar een financiering bij opname en naar een bijna forfaitair bedrag per ziektebeeld toe. Hetgeen meer en meer de middelen van het ziekenhuis zal bepalen zijn de case-mixen, het is te zeggen de « mand » van ziektebeelden. Zo een opname voor een gegeven ziektebeeld (i.e. zo een APR-DRG met zo een graad van ernst bij zo een patiënt) rechtvaardigt x hospitalisatiedagen die zelf, bijvoorbeeld, (x/365) / 80% van de overeenstemmende bedindexen rechtvaardigen.
Aangezien de sleutel van de financiering de opname is, is het nodig dat het ziekenhuis zijn recruteringsstructuur kent, en het deel ervan dat kan leiden tot discussie over het verantwoord zijn of niet. De publieke overheid, van haar kant, moet de instellingen kunnen opsporen die bedrieglijke opname-politiek hebben, ofwel afwijkende maatregelen nemen van de huidige geobserveerde praktijken. In de twee gevallen, is het AEP zowel een instrument voor interne en externe audit. Anderzijds heeft het ziekenhuis alle belang de kosten te beperken per opname en dus de hospitalisatiedagen niet te vermenigvuldigen als het te vermijden valt. Om die reden, laat het AEP toe niet alleen de proportie van de onverantwoorde dagen te bepalen, maar ook hun endogene of exogene redenen te bepalen, en de niet efficiënte praktijken te vinden die de ziekenhuisverblijven « onnodig » verlengen.